Van 30 januari tot en met 12 februari van dit jaar heeft het gevroren, zowel ‘s nachts als overdag. 2012 belandt hiermee op de vierde positie wat betreft het grootste aantal opeenvolgende ijsdagen sinds de eerste meting in 1833. De begeleidende sneeuw was de kers op deze bitterzoete ijstaart.
De gevolgen van zulk een stevig uit de kluiten gewassen winterprik zijn in ieder geval al zichtbaar in mijn tuin. Voor het eerst in hun veertienjarig bestaan hebben de helleborusbloemen het loodje gelegd. Een wederopstanding zit er voor dit seizoen alvast niet meer in: de stengels zijn finaal tot moes herleid.

Een pak erger is het gesteld met een aantal hebe’s. Mijn fout, geef ik grif toe. Hebe is wintergroen maar niet altijd even wintervast. Langdurige strenge vorst kan ze dus nekken. Toch heb ik de hebe’s sinds ze in de tuin staan – sommige soorten al sinds eind jaren ’90 – nooit voorzien van een winterbescherming. Al die jaren geen centje pijn, maar na de recente ijsdagen bestaat de kans dat ik enkele uitermate groot gegroeide specimen ter compostbak zal mogen bestellen. Zo lijkt het vandaag in ieder geval, maar ik hoop, gezien hun forse leeftijd en omvang, op een wederopstanding.
De Hebe addenda ‘White Princess’ ziet er allesbehalve groen uit:

Ook de nochtans vrij winterharde Hebe pinguifolia kreeg het hard te verduren:

En deze sukkel bezorgt me je reinste hartkloppingen:

Als ik u meegeef dat ze er binnenkort moeten uitzien zoals onderstaand, dan weet u meteen dat ik er geen goed oog in heb.



De Photinia fraseri ‘Red Robin’ en de Choisya ternata ‘Aztic Pearl’, toch ook niet bepaald als bijzonder winterhard te boek staand, hebben dan weer niks van hun glans verloren. Begrijpe wie kan.
[ Foto's: Menck ]












































































































